"Hé, waarom past mijn 17 mm sleutel ineens niet meer op die M10-bout?"
Klinkt bekend? Dan ben je niet de enige. De kans is groot dat je te maken hebt met een bout volgens een ISO-norm, zoals ISO 4017 of ISO 4014, in plaats van de vertrouwde DIN 933 of DIN 931. Tijd om het verschil helder uit te leggen, want die normnummers zijn allesbehalve willekeurig.
DIN 933, DIN 931 vs. ISO 4017, ISO 4014 – wat is er aan de hand?
Jarenlang waren DIN 933 (volledig geschroefd) en DIN 931 (gedeeltelijk geschroefd) dé normen voor zeskantbouten met metrische draad. Maar door de opkomst van internationale standaardisatie zijn deze vervangen door:
ISO 4017 → vervangt DIN 933
ISO 4014 → vervangt DIN 931
Op het eerste gezicht lijken deze ISO-normen identiek aan hun DIN-voorgangers. Maar er is een cruciaal verschil: de sleutelwijdte van de boutkop. En dat zorgt voor verwarring op de werkvloer.
Wat verandert er precies?
Hieronder een handig overzicht van de grootste verschillen in sleutelwijdten:
Maat (draad)
DIN 933 / DIN 931 sleutelwijdte
ISO 4017 / ISO 4014 sleutelwijdte
M10
17 mm
16 mm
M12
19 mm
18 mm
M14
22 mm
21 mm
M22
32 mm
34 mm
Gebruik je een ISO 4017 of 4014 in plaats van een DIN-variant? Dan kun je merken dat je standaard gereedschap (bijvoorbeeld een 17 mm sleutel voor een M10) ineens niet meer past.
Waarom doet ISO dit?
Goede vraag. ISO heeft deze wijziging doorgevoerd met het oog op:
Internationale standaardisering – uniforme normen wereldwijd
Materiaalbesparing – kleinere koppen = minder staal = lagere kosten
Logische gereedschapsafmetingen – de sleutelwijdtes sluiten beter aan bij de draadmaten
Het idee is dus efficiëntie. Maar in de praktijk? Dan is het vooral even schakelen.
Wat betekent dit voor jou in de werkplaats?
Ben je monteur, werkvoorbereider, magazijnbeheerder of inkoper? Let dan op het volgende:
Check altijd de norm bij bestelling of montage: DIN 933, DIN 931, ISO 4017 of ISO 4014?
Let op je gereedschap – de sleutel of dop die "altijd werkte" is mogelijk net te groot of te klein
Stem goed af met je leverancier – welke norm levert hij standaard?
Pas op bij gemengde voorraad – DIN- en ISO-bouten kunnen makkelijk door elkaar raken
Vooral in sectoren als bouw, installatietechniek en machinebouw kan een afwijkende sleutelwijdte zorgen voor frustratie of vertraging.
Meer lezen?
Wil je verder de diepte in over boutnormen? Deze bronnen zijn nuttig:
ISO 4017 specificatie (vervangt DIN 933) – ISO.org
ISO 4014 specificatie (vervangt DIN 931) – ISO.org
Tot slot
DIN 933 en DIN 931 blijven voorlopig gewoon bestaan, maar ISO 4017 en 4014 worden steeds meer de nieuwe norm. Zolang je het verschil kent, voorkom je fouten – én frustratie – op de werkvloer.
Heb jij dit al meegemaakt tijdens een klus of project? Laat het ons weten, we horen graag jouw ervaring!
Stel: je hebt een acculader nodig, maar bij het zien van alle opties vraag je je af waar je moet beginnen. 6V, 12V, 24V, SLI, AGM, startondersteuning, druppellading – het zijn allemaal termen die voorbijkomen. Maar welke functies heb je écht nodig, en welke zijn overbodig? In deze keuzehulp help ik je de juiste afwegingen te maken, zodat je een lader of booster kiest die perfect past bij jouw situatie.
1. Welk voltage past bij jouw accu?
Accu’s werken op verschillende voltages, zoals 6V, 12V of 24V. Sommige laders kunnen meerdere voltages aan, wat handig is als je meerdere soorten accu’s hebt. Check dus altijd eerst het voltage van je accu en kies een lader die daarbij past.
2. SLI of AGM – welk type accu laad je?
Niet alle accu’s zijn hetzelfde. SLI-accu’s (Start, Light, Ignition) zijn de standaard optie, terwijl AGM-accu’s (Absorbent Glass Matt) een hoger laadspanning nodig hebben. Kies een lader die geschikt is voor het type accu dat je gebruikt. Een lader die zowel SLI als AGM aankan, biedt meer flexibiliteit.
3. Hoeveel accu’s wil je tegelijk laden?
Moet je één accu opladen, of heb je er meerdere? Sommige laders kunnen meerdere accu’s tegelijk opladen, wat handig is als je bijvoorbeeld een camper of boot hebt met meerdere accu’s. Let wel op: dit vraagt meer vermogen van de lader.
4. Verwisselbare kabels en lengte
De kabels van je lader of booster zijn misschien niet het eerste waar je aan denkt, maar ze zijn wel belangrijk. Lange kabels zijn handig als je accu moeilijk bereikbaar is, en verwisselbare kabels maken de lader flexibeler voor verschillende situaties.
5. Startondersteuning: booster of lader?
Een acculader is ideaal voor het opladen en onderhouden van je accu, maar als je regelmatig met een lege accu kampt, is een accu booster een goede aanvulling. Boosters geven een krachtige stroomstoot om je accu weer aan de praat te krijgen, zonder dat je hoeft te wachten tot hij is opgeladen.
6. Hoe snel moet de accu laden?
De laadsnelheid hangt af van het vermogen van de lader en de capaciteit van je accu. Een hoger vermogen betekent sneller laden, maar let op: te snel laden kan de accu beschadigen. Voor onderhoudslading is een druppellader ideaal – deze laadt langzaam en houdt je accu in topconditie.
7. Meerdere systemen: waarom niet?
Soms is één apparaat niet genoeg. Een combinatie van een acculader voor onderhoud en een booster voor noodgevallen biedt de beste van beide werelden. Zo ben je altijd voorbereid, of je nu je accu wilt onderhouden of snel weer op weg moet.
Conclusie: kies wat bij jou past
Of je nu een acculader of booster nodig hebt, de juiste keuze hangt af van jouw specifieke situatie. Denk na over het type accu, het voltage, de laadsnelheid en of je startondersteuning nodig hebt. Door deze vragen te beantwoorden, vind je een lader of booster die niet alleen voldoet, maar ook meegroeit met je behoeften.
En onthoud: soms is één apparaat niet genoeg. Een combinatie van een lader en booster kan je net dat extra stukje zekerheid geven. Zo blijf je altijd onderweg, zonder verrassingen.
Metaal is een van de meest gebruikte materialen in zowel industriële omgevingen als in het dagelijks leven. Door vocht, zilte lucht of chemische invloeden kan echter roestvorming ontstaan, wat leidt tot slijtage en verzwakking van het materiaal. Gelukkig zijn er effectieve manieren om dit probleem te voorkomen. Een van de meest betrouwbare en gebruiksvriendelijke oplossingen is vetband. Met zijn unieke eigenschappen biedt vetband niet alleen optimale bescherming tegen corrosie, maar is het ook eenvoudig aan te brengen, zelfs op complexe oppervlakken. In dit blog ontdek je hoe vetband werkt, waarom het zo effectief is en hoe je het toepast.
Wat is vetband precies?
Het idee achter vetband is eenvoudig maar doeltreffend: door een flexibele, zelfklevende beschermlaag aan te brengen die zich aanpast aan ongelijke oppervlakken, wordt metaal op een betrouwbare en onderhoudsvrije manier beschermd tegen schadelijke invloeden van buitenaf.
Vetband is samengesteld uit een combinatie van hoogwaardige materialen, waaronder een flexibele drager van synthetisch textiel of glasvezel, bedekt met een dikke laag petroleumpasta (petrolatum, of vaseline). Deze pasta vormt een waterafstotende en zuurstofdichte barrière die roest en slijtage voorkomt. Daarnaast bevat vetband vaak corrosieremmers en vulstoffen die de hechting en duurzaamheid verbeteren, waardoor het een ideale oplossing is voor zowel professionele als alledaagse toepassingen.
Hoe pas je vetband toe?
Vetband aanbrengen doe je eenvoudig en snel. Je hebt er geen speciale gereedschappen of technische kennis voor nodig. Begin altijd eerst met het schoonmaken van het metalen oppervlak om ervoor te zorgen dat deze vrij is van vuil, roest of oude verflagen.
Rol vervolgens het vetband uit en breng het onder lichte spanning aan rond het te beschermen oppervlak. Zorg voor een overlap van ongeveer 50% om een complete afdichting te garanderen.
Hierna druk je het vetband stevig aan en strijk je deze eenvoudig met je hand glad voor een goede hechting. Dankzij de flexibele eigenschappen past vetband zich moeiteloos aan bochten, koppelstukken en ongelijke oppervlakken aan, waardoor het een betrouwbare bescherming biedt tegen corrosie en slijtage. Of het nu gaat om industriële toepassingen of huis-, tuin- en keukenklussen, vetband is een gebruiksvriendelijke en effectieve oplossing.
In de onderstaande video zie je hoe eenvoudig het is.
Vetband? Densoband of Densyl-tape?
Naast vetband kom je soms de namen Densyl tape en Densoband tegen. Deze zijn niet precies hetzelfde, maar ze worden vaak voor vergelijkbare doeleinden gebruikt, vooral in de bouw en installatietechniek. Hier is een korte uitleg van elk:
Densyl tape: Dit is een specifiek type vetband dat wordt geproduceerd door het bedrijf Denso. Het is een bitumen tape met een hoge kwaliteit en wordt vaak gebruikt voor het afdichten van dak- en gevelconstructies.
Densoband: Dit is een ander product van Denso en lijkt op Densyl tape, maar het is vaak breder en dikker. Densoband wordt ook gebruikt voor het afdichten van naden en voegen.
Hoewel deze producten vergelijkbare eigenschappen en toepassingen hebben, kunnen er dus verschillen zijn in dikte, breedte en specifieke samenstelling.
Conclusie
Dankzij de flexibele, zelfklevende laag van petroleumpasta en hoogwaardige materialen vormt vetband een betrouwbare barrière tegen vocht, zuurstof en andere schadelijke invloeden. Het aanbrengen is snel en gebruiksvriendelijk, zonder dat er speciale gereedschappen of technische kennis voor nodig is. Zie het als een pleister die voorkomt dat er ‘wonden’ ontstaan – en zoals we weten: voorkomen is beter dan genezen!
Heb je vragen of opmerkingen, laat hieronder 👇 dan een reactie achter.
Bron afbeelding: Ap-nn8vc op YouTube
In de meeste werkplaatsen is schuurpapier een onmisbaar stuk gereedschap. Of je nu een ruw oppervlak glad moet maken, oude verflagen wilt verwijderen, of een materiaal wilt polijsten, schuurpapier is je trouwe bondgenoot. Maar wat maakt schuurpapier nu zo effectief? En hoe kies je het juiste type voor jouw klus? In dit blog duik ik erin en ontdek je hoe je dit ogenschijnlijk eenvoudige gereedschap optimaal kunt inzetten.
Wat is schuurpapier eigenlijk?
Schuurpapier, ook verkrijgbaar als schuurlinnen of amaril, is een materiaal dat je gebruikt om oppervlakken glad te maken, te matteren, of te ontdoen van oude verflagen. Het bestaat uit een drager (papier, stof, of kunststof) waarop schuurkorrels zijn bevestigd met een bindmiddel. Samen vormen ze een georganiseerd leger van minuscule beitels dat je over een oppervlak beweegt om materiaal weg te schrapen. Het is alsof je een oppervlak een knipbeurt geeft: grof voor de grote klussen, fijn voor de finishing touch.
Bij de moderne productie van deze producten zijn zand en glas vervangen door andere schuurmiddelen zoals aluminiumoxide of siliciumcarbide.
Waarom is de korrelgrootte zo belangrijk?
De korrelgrootte bepaalt hoe agressief of subtiel je te werk gaat. Het is het verschil tussen een kettingzaag en een scalpel. Hier een kort overzicht:
Grof schuurpapier (korrel 40-80): Dit is het zware geschut. Gebruik het voor het verwijderen van roest, oude verflagen of grote oneffenheden. Het is ideaal voor de eerste, ruwe bewerkingen.
Middelgrof schuurpapier (korrel 120-240): Perfect voor het egaliseren van oppervlakken na grof schuren. Het bereidt het materiaal voor op verdere afwerking.
Fijn schuurpapier (korrel 320-600): Dit is je polijstteam. Gebruik het voor het gladmaken van oppervlakken en het tussenschuren van verflagen.
Zeer fijn schuurpapier (korrel 600+): Voor de ultieme finishing touch. Dit is het niveau waarop je oppervlakken zo glad kunt maken dat ze bijna spiegelend worden.
Welke soorten schuurpapier zijn er en wanneer gebruik je ze?
Schuurpapier komt in verschillende vormen en maten, elk met een eigen specialiteit. Hier een overzicht van de meest voorkomende varianten:
1. Vellen schuurpapier (handmatig gebruik)
Grof (korrel 40-80): Voor het snel verwijderen van verf of het afschuren van hout.
Middelgrof (korrel 120-240): Voor het gladmaken van ruwe oppervlakken.
Fijn (korrel 320-600): Voor het tussenschuren van verflagen.
Zeer fijn (korrel 600+): Voor polijsten en een perfect glad resultaat.
2. Schuurlinnen
Dit flexibele alternatief voor schuurpapier is ideaal voor metalen en ronde oppervlakken. Het is een echte roestverwijderaar en metaalgladmaker.
3. Rondellerschijven of lamellenschijven
Gebruikt met een slijptol, zijn deze schijven perfect voor grote oppervlakken. Ze zijn er in verschillende korrelgroottes, afhankelijk van de gewenste afwerking.
4. Waterproof schuurpapier
Dit type is geschikt voor nat schuren, wat stof vermindert en een gladder resultaat oplevert. Het is een must-have voor het schuren van autolak of andere verfafwerkingen.
Conclusie
Schuurpapier is een onmisbaar hulpmiddel voor elke technische professional. Of je nu werkt met hout, metaal, kunststof, of andere materialen, het is een precisiegereedschap dat je helpt om van een goed resultaat een perfect resultaat te maken. De juiste keuze van schuurpapier kan het verschil maken tussen een goed en een perfect resultaat. Door de werking en het productieproces te begrijpen, kun je schuurpapier effectiever inzetten en je projecten naar een hoger niveau tillen.
Zo nu en dan krijg ik de vraag of je het beste een gefreesde of een gewalste boor kunt gebruiken. Een boor is toch gewoon een boor denk je wellicht. Het verschil tussen beide maakt wel degelijk wat uit voor je eindresultaat. Hoe dat zit leg ik hier graag aan je uit.
Het verschil tussen frezen en walsen
Frezen en walsen zijn productietechnieken die uitwerking hebben op de uiteindelijke vorm van de boor en daarmee de prestaties. Bij frezen worden de spiraalvormige groeven en de punt in de metalen staaf gesneden. Het snijproces zorgt voor nauwkeurige spiraalhoek en scherpere randen op de punt en groef. Dit levert hoge prestaties op, waardoor gefreesde boren geschikt zijn voor hardere materialen zoals staal, gietijzer (gelegeerd en ongelegeerd) en bepaalde kunststoffen en blijven ze nauwkeurig bij een lange standtijd. Doordat een boor frezen complexer is dan walsen, is dit type boren ook hoger geprijsd.
Een gewalste boor is gemaakt door de spiraalgroef te rollen. De spiraalhoek en randen zijn minder nauwkeurig dan bij gefreesde boren, wat ze minder nauwkeurig maakt. Daarnaast zijn ze minder geschikt voor het boren in harde materialen, maar alleen geschikt voor hout en zachtere kunststoffen. Als productieproces is walsen echter eenvoudiger dan frezen, wat je terugziet in de lage prijs.
Verschillende toleranties
Het fabricageproces van frezen of walsen heeft ook effect op de tolerantie van het geboorde gat. Tolerantie is de nauwkeurigheid – toegestane afwijking in de afmeting (of maatvoering) – van het gat. Het geeft aan hoeveel afwijking toelaatbaar is ten opzichte van de gewenste maat van het geboorde gat. Tolerantie is belangrijk voor het correct passend maken van gecombineerde onderdelen.
Een voorbeeld. Is de tolerantie bijvoorbeeld +/- 0,1 mm en je wilt een gat hebben van ⌀ 10 mm, Dan mag de werkelijke diameter tussen ⌀ 9,9 mm en ⌀ 10,1 mm liggen.
Zoals gezegd zijn gefreesde boren nauwkeuriger dan gewalste. Hierbij zijn de toleranties klein of gelijk. Een gewalste boor is dan ook alleen geschikt voor (zeer) ruime toleranties.
Hoe te kiezen?
In je keuze tussen een gefreesde of een gewalste boor dien je je vooral te laten leiden door de benodigde nauwkeurigheid en het type materiaal waarmee je werkt. Voor professionals is een gefreesde boor aan te raden. Deze zijn weliswaar wat duurder, maar door de nauwkeurigheid, duurzaamheid, en allround prestaties een betere keuze voor de lange termijn.
Vragen of opmerkingen?
Ik hoop dat mijn uitleg je wat beter op weg helpt in je keuze tussen een gefreesde en gewalste boor. Mocht je toch nog een vraag hebben, laat dan gerust een berichtje achter onder dit artikel.
Als gereedschapsspecialist krijg ik regelmatig de vraag of je nu het beste een 2-snijder of 4-snijder hamerboor kunt gebruiken. Het antwoord hangt van een aantal zaken af, waaronder het materiaal waarmee je werkt en de afwerking die je wilt hebben. In dit blog leg ik het graag aan je uit.
De materiaalsoort en afwerking
Voor de meeste, lichte stenen en beton is een 2-snijder een prima keuze, mocht je echter door zwaarder (gewapend) beton willen boren, dan is een 4-snijder de betere keus. Deze boort namelijk probleemloos door betonijzer. Met een 2-snijder loop je daarentegen het risico dat deze vastloopt of breekt. Daarnaast boor je je met een 4-snijder nauwkeuriger dan met een 2-snijder.
Cilindrisch, SDS+ en SDS-max?
Niet alleen het aantal snijvlakken van de hamerboor is van belang voor je prestaties. Je moet ook rekening houden met het type aandrijving. Zo kom je vaak cilindrisch, SDS+ en SDS-max tegen in combinatie met 2- of 4-snijders.
Cilindrisch, SDS+ en SDS-max zijn de meest voorkomende aandrijfsystemen voor hamerboren. Ze verschillen in grootte en prestatie van elkaar.
De cilindrische schacht biedt de meeste flexibiliteit qua (standaard)boormachines, en kan je ook kleine diameters boren vanaf 0,5 mm maar is minder geschikt voor het zwaardere werk.
Voor de SDS heb je toch wel een daarvoor geschikte boorkop nodig waardoor de boor stevig vastzit in de boorkop.
‘SDS’ staat voor "slotted drive shaft/system” en kenmerkt zich door de zeshoekige boorkopschacht voor een optimale grip in de boorkop.
De plus-versie van SDS heeft een diameter van 10 mm en een langere slag. Hiermee heb je meer kracht voor grotere boorgaten. SDS+ is daarmee geschikt voor het meeste boorwerk.
SDS-max is met een 18mm schacht de overtreffende trap van SDS+ en is naast zwaar boorwerk ook geschikt voor het zwaardere beitelwerk.
Vragen of opmerkingen?
Ik hoop dat ik je met het bovenstaande een beetje wegwijs heb gemaakt. Kom je er toch niet helemaal uit, of heb je een andere technische vraag? Laat hieronder gerust een berichtje achter!
De laatste jaren is koolborstelloos gereedschap sterk in opkomst. Maar zijn deze tools daadwerkelijk beter dan modellen met ‘ouderwetse’ koolborstels? In dit blog lees je over de werking en voor- en nadelen van gereedschap met en zonder koolborstels.
Wat zijn koolborstels precies?
De functie van een koolborstel is elektriciteit geleiden tussen de commutator en het anker in de motor. De commutator heeft een aantal koperen plaatjes die contact maken met de spoelen in het anker. Bij iedere halve rotatie van de as keert de commutator de polariteit in de spoel om. Hierdoor ontstaat een permanent magnetisch veld zodat het anker in één richting gaat draaien.
Het wrijvingscontact tussen de koolborstels en de commutator zorgt er helaas wel voor dat de borstels langzaam slijten. Wanneer daarbij de ruimte tussen borstels en de commutator te groot is, zullen er vonken ontstaan, met veelal krachtverlies en oververhitting van de motor tot gevolg.
Hoe werkt koolborstelloos gereedschap dan?
Koolborstelloos gereedschap gebruikt echter een grote binnen- en buitenmagneet (spoelen) om een elektromagnetisch veld te genereren. De binnenste magneet is direct om de as geplaatst. Aan de buitenste magneet is een printplaat/microprocessor bevestigd. Hierdoor verplaatsen ze het magnetische veld van buiten, naar binnenin de spoelen om de motor aan te drijven.
Wat zijn de voor en nadelen van koolborstelloos gereedschap?
De grote voordelen van gereedschap met koolborstelloze motoren zijn:
Het toerental ontstaat door de snelheid waarmee de spoelen in het magnetische veld voorzien worden van stroom. Omdat De microprocessor geeft bij weerstand extra kracht. Hierdoor kun je koolborstelloos gereedschap zelfs bij lage toerentallen goed gebruiken.
Doordat je de stroomtoevoer en daarmee het aantal toeren van tevoren kunt instellen, heb je meer controle. Dit maakt koolborstelloos gereedschap geschikter voor precisiewerk.
Doordat er geen wrijving ontstaat tussen de verschillende componenten is er minder slijtage en gaat het gereedschap langer mee.
Door de afwezigheid van de commutator en de koolborstels kunnen er grotere magneten gebruikt worden. Op deze manier is het gereedschap krachtiger maar tegelijk ook compacter.
Gebruiksduur boven aanschafprijs
Een nadeel van koolborstelloos gereedschap is dat de aanschafwaarde gemiddeld ongeveer 30% hoger ligt dan gereedschap met koolborstels. Maar, zoals gesteld, is de levensduur een stuk langer. De afweging die je dan ook dient te maken is de mate waarin je denkt het gereedschap te gaan gebruiken.
Heb je bijvoorbeeld een nieuwe boormachine nodig die je eens per week of maand gaat gebruiken voor je hobby? Dan ben je waarschijnlijk beter af met een goedkopere machine met koolborstelmotor.
Voor de professional die is koolborstelloos gereedschap voor dagelijks gebruik een stuk aantrekkelijker. Wanneer je namelijk intensief gebruik maakt van je gereedschap, dan zijn prestaties op het gebied van batterijduur en efficiëntie ineens een stuk belangrijker. Juist op deze punten is het verschil zichtbaar tussen gereedschap met koolborstels en koolborstelloos. Bovendien is koolborstelloos gereedschap lichter.
Beschouw koolborstelloos gereedschap daarom al een investering, op de lange termijn heb je er meer profijt van.
Vragen of opmerkingen?
Ik ben benieuwd naar jouw ervaring met het gereedschap met of zonder koolborstels. Deel je ervaring gerust onderaan deze pagina. Heb je een technische vraag over gereedschap? Stel deze ook gerust hieronder.
Om goed en nauwkeurig te boren is het belangrijk om het juiste toerental te gebruiken. Dit getal bereken je eenvoudig met een formule. Hoe deze precies werkt en wat je voor deze formule nodig hebt lees je in dit blog.
Toerental en snijsnelheid
Om te beginnen is het handig om te weten wat het toerental precies is. Het toerental is het aantal omwentelingen die de boor maakt per minuut. Met het juiste toerental boren is belangrijk voor zowel het resultaat als het gereedschap. Het toerental heeft namelijk effect op het slijten van je apparatuur en de nauwkeurigheid waarmee je te werk gaat. Om erachter te komen welk toerental je nodig hebt kan je de volgende formule gebruiken.
Nu is het nog de vraag wat al deze letters betekenen. Links in de formule zie je ‘n’ staan, dit staat voor het toerental waar je naar op zoek bent. Om hierachter te komen vermenigvuldig je de snijsnelheid, oftewel ‘Vc’, met 1000. Met snijsnelheid wordt de snelheid van het snijden bedoelt. Deze druk je uit in meters per minuut (m/min). De snijsnelheid is afhankelijk van het materiaal en het gereedschap dat je gebruikt. Normaal gesproken levert de fabrikant van het gereedschap deze informatie aan.
Vervolgens vermenigvuldig je het getal π (pi) met de diameter (D). Hierbij gaat het om de diameter van het gekozen gereedschap waarmee je werkt. Hiermee bereken je eigenlijk de omtrek van het gereedschap waarmee je van plan bent te gaan werken. Als je deze getallen uitgerekend hebt kan je ze door elkaar delen en kom je op het gewenste toerental uit.
Hieronder heb ik een eenvoudige rekentool toegevoegd om het toerental te berekenen. Je vult de diameter (D) en de snijsnelheid (Vc) in, en de rekentool doet de rest.
Naar de online calculator
Om het wat gemakkelijker te maken heb ik hieronder alvast een overzicht gemaakt met snijsnelheden van veel voorkomende materialen.
Snijsnelheid (m/min)
Zacht constructiemateriaal
25
Hard machinestaal
10
Gietijzer
25
Koper
40
Mezzing zacht
50-70
Messing hard
15-30
RVS
10-15
Kom je er niet uit?
Ik hoop dat mijn uitleg en het bovenstaande overzicht je helpt bij jouw situatie. Heb je nog vragen over het juiste toerental, stel hem gerust hieronder.
Gatenzagen zijn handige hulpmiddelen om ronde openingen te maken in uiteenlopende materialen. Echter is de bewerking van het materiaal nauwkeurig werk. In dit blog leg ik uit waar je bij het gebruik van gatzagen rekening mee moet houden. Daarnaast vind je een handig overzicht van de toerentallen per materiaalsoort.
Hoe werk je met een gatzaag?
Bij sommige projecten heb je ronde gaten nodig die groter zijn dan reguliere boorgaten. Bijvoorbeeld bij inbouwspots, deurkrukken of kranen. In dat geval bieden gatenzagen (ook wel gatenboren of klokboren genoemd) uitkomst.
Dit is een opzetstuk dat je in combinatie met een centreerboor en gatzaaghouder gebruikt. Het opzetstuk is rond en heeft aan de rand een vertanding die als zaag dient. Met een gatzaag verspaan je dus niet het materiaal zoals bij een boor. Hierdoor kost het minder energie en werk je een stuk sneller.
Welke typen gatenzagen zijn er?
Gatenzagen zijn veelal gemaakt van bi-metaal of cobalt waardoor ze geschikt zijn voor het zagen in uiteenlopende materialen. Metaal, staal, RVS, gietijzer, koper, aluminium, kunststof (waaronder Trespa), hout en steen (voor onder andere tegels) zijn bijvoorbeeld geschikt voor gatenzagen.
Er zijn losse zagen en (traploos) verstelbare gatenzagen verkrijgbaar. Daarnaast bestaan er ook meerdelige gatenzaagsets, zoals de ‘zevengatenzaag’ of ‘negengatenzaag’.
Het zagen van een gat, hoe doe je dat?
Gatenzagen kun je gebruiken met een eenvoudige (elektrische) boormachine of accu-schroefmachine. Je plaatst de centreerboor met daaromheen de snelwisselhouder (ook wel adapter genoemd) in de boormachine en vervolgens bevestig je de gewenste gatenzaag op de houder.
Let er daarbij goed op dat je de juiste diameter van de zaag kiest voordat je gaat beginnen. Omdat je voor de te zagen gaten veel grotere diameters gebruikt dan de boor, dien je overigens wel met een laag toerental te werken. De combinatie van diametergrootte en materiaalsoort bepalen welk toerental geschikt is.
Zagen met de juiste toerentallen
Hieronder vind je een handig overzicht van de optimale toerentallen per gatenzaag-diameter en de verschillende materialen.
Diameter (mm)
Kunststof
Staal
Gietijzer
RVS
Koper
Aluminium
Hout
14
580
580
400
300
790
900
3000
16
550
550
365
275
730
825
3000
17
500
500
330
250
665
750
3000
19
460
460
300
230
600
690
3000
20
440
440
290
220
580
660
3000
22
390
390
260
195
520
585
3000
25
350
350
235
175
470
525
2700
27
325
325
215
160
435
480
2700
28
315
315
210
155
420
470
2700
29
300
300
200
150
400
450
2700
30
285
285
190
145
380
425
2400
32
275
275
180
140
380
425
2400
33
260
260
175
135
345
390
2400
35
250
250
165
125
330
375
2400
38
230
230
150
115
300
345
2400
40
220
220
145
110
290
330
2100
43
205
205
135
100
270
305
2100
44
195
195
130
95
260
295
2100
48
180
180
120
90
240
270
2100
50
175
175
115
85
235
260
2000
54
160
160
105
80
210
240
2000
57
150
150
100
75
200
225
2000
59
145
145
100
75
195
225
2000
60
140
140
98
70
190
220
2000
64
135
135
90
65
180
205
1800
67
130
130
85
60
170
195
1800
68
125
125
80
60
160
185
1800
74
120
120
80
60
155
175
1700
75
115
115
75
55
150
170
1500
79
110
110
70
55
140
165
1500
83
105
105
70
50
140
155
1500
86
100
100
65
50
130
150
1200
89
95
95
65
45
130
145
1200
95
90
90
60
45
120
135
1200
100
85
85
55
40
110
130
1000
114
75
75
50
35
100
105
900
121
75
75
50
35
95
95
900
125
65
65
45
30
90
90
800
133
60
60
40
25
85
85
800
150
55
55
35
25
75
75
800
165
55
55
35
25
75
75
800
178
55
55
35
25
75
75
800
Vragen of opmerkingen?
In het assortiment van INDI vind je verschillende gatzagen, gatenzaagsets, houders, (centreer)boren voor toepassing op uiteenlopende materialen. Heb je nog vragen of opmerkingen? Laat dan gerust hieronder een reactie achter.
Veiligheid op de werkplek is essentieel. Één type gereedschap waarbij je je extra goed aan de veiligheidsvoorschriften moet houden, is de kolomboormachine*. Reden om te kijken hoe je een dit gereedschap veilig en volgens alle eisen gebruikt.
Wat is een kolomboormachine precies?
Voordat ik inga op de veiligheid is het goed om te weten wat een kolomboormachine precies is. Dit gereedschap, ook wel zuil- of tafelboormachine genoemd, gebruik je om nauwkeurig gaten te boren in diverse materialen. Vooral voor boringen harde materialen, zoals staal of hardhout, is de kolomboormachine zeer geschikt.
De machine bestaat uit een voetplaat, een werktafel en een boor de daarboven ‘hangt’. Deze drie delen zijn met elkaar verbonden door een cilindervormige kolom: vandaar de naam kolomboor.
Bij gebruik bevestig je het materiaal op de werkbank, waarna je de boor in een rechte lijn verticaal naar beneden zakt. Doordat je de boorhoogte van tevoren instelt, is het bijna onmogelijk om scheef te boren.
Gevaren bij het gebruik van de kolomboormachine
Het gebruik van een kolomboormachine is handig, maar kent ook risico’s. Door de werkhoogte van de boor, bestaat er kans dat deze in contact komt met losse kleding of haar en erin vast komt te zitten. Eveneens bestaat er een risico dat het werk of onderdelen losschieten wanneer dit niet goed bevestigd is of de boor in het materiaal vast komt te zitten.
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Gelukkig kan je bovenstaande gevaren voorkomen door gebruik te maken van persoonlijke beschermingsmiddelen. Als eerste is het goed om een veiligheidsbril op te doen en veiligheidsschoenen te dragen. Ook is gehoorbescherming verplicht. Daarnaast is het belangrijk dat je goed sluitende kleding aan hebt. Dit om te voorkomen dat de kleding in de boor vast komt te zitten. Om dezelfde reden is het verstandig geen handschoenen te gebruiken, geen sieraden te dragen en je haar vast te doen indien je lang haar hebt.
Veiligheidseisen voor kolomboormachines
Zoals ik al aangaf zijn er wettelijke eisen waaraan de kolomboormachine moet voldoen. De inspectie van het SZW let onder andere op de volgende zaken:
Er dient een goede afschermkap aanwezig te zijn. Dit om eerder genoemd intrekkingsgevaar te voorkomen.
De machine moet een noodstop hebben om deze snel uit te schakelen in gevaarlijke situaties.
De machine moet stabiel en stevig staan. Er komen grote krachten vrij tijdens het boren, hiervoor moet de machine goed in balans zijn om niet te vallen.
Als de machine veilig is dan dient er onder andere een CE-markering op te staan. Daarnaast moet er ook een Nederlandstalige gebruikershandleiding aanwezig zijn (meestal voorziet de fabrikant hierin).
Voor meer informatie en verduidelijking van de exacte normeringen, zie hier het document 'Productinspecties kolomboormachines'.
Vragen of opmerkingen?
Wil je meer weten over kolomboormachines, de veiligheidseisen of persoonlijke beschermingsmiddelen? Laat dan hieronder een berichtje achter.