Een schakelkast bouwen lijkt op het eerste gezicht rechttoe rechtaan: onderdelen verzamelen, schema erbij, bedraden en klaar. Toch komt er in de praktijk veel meer bij kijken. Zeker als veiligheid, EMC-storingen en netheid een rol gaan spelen. In dit blog een kijkje achter de schermen van een project waarbij een schakelkast onder de loep werd genomen – en wat daar allemaal uit bleek.
Een werkende schakelkast is nog niet veilig
De kast werkte, maar al snel werd duidelijk: dat betekent niet dat ‘ie ook veilig of netjes gebouwd is. De eerste grote fout? Een overgang van 1,5 mm² naar 0,75 mm² zonder zekering. Gevaarlijk, want die dunne draad kan het amper aan. Eerst beveiligen, dan pas dunner gaan.
Orde in de kast
Losliggende bedrading werd ook gesignaleerd. Dat oogt niet alleen rommelig, maar verhoogt de kans op storingen en maakt foutopsporing lastiger. Daarnaast kan het leiden tot elektromagnetische interferentie, vooral als 230V hoofdstroom en 24V stuurstroom dicht langs elkaar worden geleid. Een goede oplossing? Gebruik kabelgoten en hou de stroomcircuits fysiek gescheiden. Dit is niet alleen netter, maar ook essentieel volgens de EMC-richtlijn. Zeker bij toepassingen met frequentieregelaars of zwaardere motoren.
Motorvermogen en EMC: onderschat risico
De kast in kwestie schakelde een 1,5 kW motor, maar stel dat hier een 30 kW motor achter had gezeten. Bij het openen van een contactor ontstaan dan forse spanningspieken die als elektromagnetische straling door de omgeving schieten. Zonder goede scheiding en afscherming kunnen die storingen veroorzaken in andere systemen of besturingen. Daarom is het cruciaal om al vanaf de basis goed te ontwerpen: scheiding tussen circuits, afscherming waar nodig, en aandacht voor EMC-gevoeligheid.
Kabelmarkering: klein detail, groot verschil
Een andere belangrijke les: duidelijke kabelcodering is onmisbaar. In dit project zaten er genummerde labeltjes op de kabels, die corresponderen met het schema. Ideaal. Zijn zulke kabels niet beschikbaar? Dan zijn er eenvoudige alternatieven: schrijf de codering met stift op de kabel, gebruik labelbinders of maak gebruik van printbare labels. Zolang alles maar terug te vinden is op het schema – ook voor monteurs die later storingen moeten oplossen.
Aansnijden, strippen, afwerken
Sommige kabels bleken te ver gestript, waardoor koper blootlag. Dat verhoogt de kans op aanraking en sluiting, zeker in compacte kasten. Te veel koper zichtbaar? Dan voldoet de installatie mogelijk niet aan de veiligheidseisen. Zorg voor correcte strip-lengtes en let op afwerking.
Ook hier geldt: netheid = veiligheid.
Benieuwd naar het vervolg? Hou dan Teqlink in de gaten, want Mark gaat met de feedback aan de slag en komt met een verbeterde kast!